Digitale fitnesscheck
DaTNet neemt deel aan de openbare raadpleging in het kader van de geschiktheidsbeoordeling van de digitale regelgeving van de Europese Commissie, die tot doel heeft de cumulatieve effecten van de digitale regelgeving van de EU te onderzoeken.
De geschiktheidsbeoordeling van de digitale regelgeving vormt de tweede fase van het plan van de Europese Commissie om de digitale EU-regelgeving te vereenvoudigen, na de aanpassingen in het kader van de Omnibusverordening voor de digitale sector. Om ervoor te zorgen dat de digitale regelgeving van de EU doeltreffend, proportioneel en toekomstbestendig is, worden in het kader van de geschiktheidsbeoordeling van de digitale regelgeving de wisselwerking tussen de verschillende voorschriften en hun cumulatieve effecten op bedrijven, hun doeltreffendheid voor het concurrentievermogen en hun invloed op de waarden en de grondrechten van de EU geanalyseerd.
Het Competentienetwerk DataDaten sind Zeichen oder Zeichenketten, die Informationen enthalten, wobei sie auch in Form von Diagrammen oder Zeichnungen auftreten können. Sie... Trust (DaTNet) beschouwt zichzelf als de stem van de opkomende Datatrustee-gemeenschap (databemiddelingsdienstverleners) in Duitsland. Door zijn betrokkenheid bij de Digital Omnibus-procedure en bij de geschiktheidsbeoordeling van de digitale regelgeving brengt DaTNet de standpunten van de wetenschap, het bedrijfsleven, de overheid en het maatschappelijk middenveld in het Europese discussieproces in. Met dit standpunt zet DaTNet zijn werk op het snijvlak van onderzoek, politiek en praktijk voort en draagt het ertoe bij dat het concept van de vertrouwde databemiddeling in de Europese context verder onder de aandacht wordt gebracht. Op deze pagina vindt u ons standpunt.
U kunt het volledige standpunt in het kader van de openbare raadpleging over de geschiktheidsbeoordeling van de digitale EU-regelgeving („Digital Fitness Check“) ook als pdf downloaden.
Standpunt in het kader van de openbare raadpleging over de geschiktheidsbeoordeling van de EU-regelgeving op digitaal gebied („Digital Fitness Check“)
Het competentienetwerk voor databemiddelingsdiensten DaTNet verwelkomt het initiatief van de Europese Commissie om standpunten in te winnen in het kader van een „Digital Fitness Check“. DaTNet geeft graag zijn mening over de gevolgen van de Data Governance ActDer Data Governance Act (DGA) ist eine im Mai 2022 verabschiedete, seit dem 23. September 2023 EU-weit gültige EU-Verordnung, die neue Möglichkeiten für das... (DGA) en de voorstellen die in het kader van de omnibusverordening voor de digitale sector zijn ingediend.
Vanuit het standpunt van DatNet blijft het regelgevingsdoel van de DGA juist en belangrijk. Het stimuleren van gegevensbemiddelaars door middel van een specifiek wettelijk kader om de gegevensuitwisseling te vergemakkelijken (overweging 27 DGA) is vanuit juridisch-politiek oogpunt zinvol. Het feit dat het aantal in het EU-register ingeschreven databemiddelingsdiensten en altruïstische data-organisaties tot nu toe nog overzichtelijk is, staat dit niet in de weg. Het lage aantal aanmeldingen is onder meer te wijten aan het feit dat een aanmelding of registratie, als gevolg van vertragingen bij de goedkeuring van de uitvoeringswetten in Duitsland en andere lidstaten1 tot nu toe nog niet mogelijk was2.
In ons standpunt ligt de focus op de volgende aspecten:
- de vervanging van de aanmeldingsplicht voor databemiddelingsdiensten (art. 11 DGA) door een vrijwillige registratie
- het begrip databemiddelingsdienst
- het vervallen van de verplichting tot organisatorische scheiding (art. 12, onder a), DGA)
- de overige voorwaarden voor databemiddelingsdiensten en altruïstische data-organisaties.
1. Vervanging van de aanmeldingsplicht voor databemiddelingsdiensten door een vrijwillige registratie
Voor aanbieders van databemiddelingsdiensten geldt op grond van art. 11 DGA een aanmeldingsplicht. Bovendien resulteren uit art. 12 DGA nog andere vereisten. Onze ervaring leert dat deze voorschriften ertoe hebben geleid dat dienstverleners, om de hiermee gepaard gaande inspanningen te vermijden, hun aanbod zodanig hebben ingericht dat zij buiten het materiële toepassingsgebied van de DGA vallen. Dit gebeurde bijvoorbeeld door geen zakelijke relaties tot stand te brengen tussen een onbepaald aantal gegevensverstrekkers en gegevensgebruikers (maar uitsluitend binnen een gesloten groep) of door het opzetten van een dienst overeenkomstig artikel 2, lid 11, onder a), van de DGA. De actuele invulling van de aanmeldingsplicht draagt daarmee weinig bij aan de doelstelling van de regelgeving, namelijk het bevorderen van de gegevensuitwisseling door het opzetten van betrouwbare gegevensbemiddelaars te bevorderen. In dat opzicht juichen wij het voorstel van de Europese Commissie toe om in artikel 32e, lid 1, van het voorstel voor de DA de meldingsplicht te vervangen door de mogelijkheid van een vrijwillige registratie.
2. Begrip van de Databemiddelingsdienst
Ook moet de definitie van databemiddelingsdiensten, die het toepassingsgebied van deze registratie-optie bepaalt, opnieuw worden bekeken. Uit de doelstellingen van de regelgeving blijkt niet waarom de mogelijkheid tot registratie en het daarmee gepaard gaande voorrecht om de desbetreffende benaming en een logo te voeren (art. 32a DA-voorstel) uitsluitend voorbehouden zou moeten zijn aan dienstverleners die overeenkomstig art. 2 (38a) van het DA-voorstel „zakelijke relaties van economische aard“ („relationships of an economic character“) tussen gegevensverstrekkers en gegevensgebruikers tot stand brengen. Bovendien roept de definitie de vraag op waarom een databemiddelingsdienst er conceptueel vanuit gaat dat er relaties tussen gegevensverstrekkers en gegevensgebruikers tot stand worden gebracht om gezamenlijk gegevensgebruik mogelijk te maken, en dat daar een structuur van deze driepartijen als een contractketen met afspraken tussen gegevensverstrekkers en de gegevensbemiddelingsdienst enerzijds en de gegevensbemiddelingsdienst en gegevensgebruikers anderzijds buiten zou vallen. Deze voorwaarde, volgens welke de gegevensbemiddelingsdienst „zakelijke relaties van economische aard“ tussen gegevensverstrekkers en gegevensgebruikers tot stand moet brengen, lijkt bovendien niet altijd passend te zijn voor diensten „met het oog op de uitoefening van de rechten van betrokkenen met betrekking tot persoonsgebonden gegevens”. In het kader van de begripsdefinitie zou ook het begrip „gezamenlijk gegevensgebruik“ („data sharing“) moeten worden herzien, aangezien dit begrip niet past in de context van de uitoefening van de rechten van betrokkenen op het gebied van gegevensbescherming, en in de Duitse taalversie ook bij gevallen waarin de gegevens uitsluitend door de data-ontvanger worden gebruikt. Voor zover deze nog steeds vereist zijn voor de definitie van het begrip „gegevensbemiddelingsdienst“, dienen bovendien de definities van „gezamenlijk gegevensgebruik“ („data sharing“, art. 2, lid 10, DGA) en van „gegevensgebruiker“ („data user“, art. 2, lid 9, DGA) in de herziene Data ActDer Data Act (dt. Datenverordnung) ist ein Rechtsakt der Europäischen Union. Er gehört zur Datenstrategie, die die Kommission im Jahre... worden overgenomen.
3. Vervallen van de verplichting tot organisatorische scheiding (art. 12, onder a), DGA)
Volgens artikel 32c van het DA-voorstel moet de eis dat de gegevensbemiddelingsdienst door een afzonderlijke rechtspersoon wordt geleverd, zoals momenteel is vastgelegd in artikel 12, let. a), DGA, worden geschrapt. Volgens artikel 32c, let. a), van het DA-voorstel blijft echter gelden dat het gebruik van de gegevens alleen is toegestaan voor bemiddelingsdoeleinden en niet voor andere doeleinden. Het gebruik van de gegevens voor eigen doeleinden lijkt daarom alleen mogelijk te blijven als er een organisatorische scheiding bestaat tussen de doorgifte en het gebruik van de gegevens, wat, gezien de doelstelling van de regelgeving om de totstandkoming van nieuwe, van actoren met aanzienlijke marktmacht onafhankelijke, datagestuurde ecosystemen te ondersteunen (overweging 27 DGA), in principe passend lijkt.
In het publieke debat over de „Digital Omnibus“ wordt echter deels aangenomen dat een functionele scheiding („Chinese walls“) ook zou volstaan. Deze interpretatie lijkt ons niet overtuigend, aangezien anders de bepaling in artikel 32c, let. d), punt iii), van het DA-voorstel overbodig zou zijn; deze bepaling voorziet, als uitzondering op de verplichting volgens a), expliciet alleen in functionele scheiding voor diensten met toegevoegde waarde. Als al aan artikel 32c, let. a) van het DA-voorstel zou kunnen worden voldaan door middel van een functionele scheiding, zou de regeling in let. d) overbodig zijn geweest. Hier zou een verduidelijking door de wetgever dan ook wenselijk zijn.
4. Overige voorwaarden voor databemiddelingsdiensten en organisaties die gegevens uit altruïstische overwegingen verstrekken
De voorstellen van de Europese Commissie om de vereisten voor het verlenen van databemiddelingsdiensten (momenteel art. 12 DGA) op een praktische manier vorm te geven, zijn in principe toe te juichen. Naar onze mening zou het echter noodzakelijk zijn om nauwkeurig te onderzoeken welke eisen aan databemiddelingsdiensten nodig zijn met het oog op kwaliteitsborging en het waarborgen van hun betrouwbaarheid, en welke eisen, afgemeten aan deze doelstelling, in de verhouding tussen middelen en doel een onevenredig hoge inspanning met zich meebrengen. Dit zou zowel in de context van databemiddelingsdiensten alsook altruïstische data-organisaties moeten gebeuren.
Tegen deze achtergrond lijkt het ons het overwegen waard om in de nieuwe Data Act met betrekking tot databemiddelingsdiensten onder andere
- het conversieverbod (art. 12 let. d) DGA) ter vermijding van lock-in-effecten,
- de verplichting om te zorgen voor eerlijke, transparante en niet-discriminerende toegangsvoorwaarden (art. 12 let. f), DGA),
- de verplichting om interoperabiliteit te waarborgen (art. 12, let. i), DGA),
- de verplichting om de gegevensbeveiliging te waarborgen (art. 12, let. 12 k en l, DGA) en
- de verplichting tot het bijhouden van een registratie (art. 12, let. o), DGA)
te handhaven. Daarentegen is de schrapping van de verplichting tot insolventiedekking op grond van artikel 12, let. h), DGA toe te juichen, omdat deze moeilijk te rijmen valt met erkende beginselen van het insolventierecht.
Wat altruïstische data-organisaties betreft, zou moeten worden overwogen om de verplichting tot het opstellen van activiteitenverslagen (art. 20, lid 2, DGA) te handhaven, aangezien hierdoor de uitgevoerde altruïstische data-activiteiten kunnen worden nagegaan en vertrouwen in de gegevensbemiddelaar kan worden gewaarborgd.
11 maart 2026
Prof. Dr. Petra Gehring (TU Darmstadt)
Prof. Dr. Anne Lauber-Rönsberg (TU Dresden)
Prof. Dr. Florian Möslein (Universiteit Marburg)
Prof. Dr. Sebastian Omlor (Universiteit Marburg)
